Begin nou met omarmen!

30 juli 2014
in Category: CENTRUM, COLUMNS
0 966 0
Begin nou met omarmen!

Begin nou met omarmen!

Ik voel mezelf nu ongeveer twee jaar Rotterdammer, maar wat dat nou precies is? Daar ben ik nog niet uit en dat is precies waarom ik het zo fijn vind er een te zijn.

Na mijn studie beeldende kunst aan de Sint Joost Academie in Breda ben ik direct naar Rotterdam verhuisd. Waarom naar Rotterdam? In Breda kreeg ik veel scheve gezichten vanwege mijn  keuze. De helft van mijn eigen klas is echter op den duur naar Rotterdam verhuisd. Of ik ze nog zie? Eigenlijk nooit, niet omdat ik ze niet mag of er geen zin in heb, ik zou ze juist vaker op moeten zoeken, maar eenmaal hier kom je tijd te kort. Als je een beetje ondernemend bent is het heel simpel om in Rotterdam je eigen weg te gaan en is er eigenlijk te veel om te ontdekken. Mijn ervaring is dat Rotterdam je omarmt als je staat voor wat je zelf doet. Ondernemen is bijna een voorwaarde. In je werk, je eigen bedrijf of je wijk, dat maakt eigenlijk niet zoveel uit, het wordt gewaardeerd. Culturen zijn gescheiden, zoals bijvoorbeeld in een kroeg bij mij om de hoek waar voornamelijk Surinamers komen, of lopen naadloos door elkaar heen zoals op de Zwart Janstraat, een straat verder. Niet-Rotterdammers hebben vaak twijfels bij de multiculturaliteit van Rotterdam. “De multiculturele samenleving is mislukt!”, zei Maxime Verhagen ooit. Daar ben ik het niet mee eens, in ieder geval niet in Rotterdam.

Ja, soms zoek je anderen van jouw afkomst juist op. Niet gek toch?  Je hebt toch iets gemeen. Ik kom ook graag in kroegen met echte Rotterdammers, al is ‘echte Rotterdammers’ wellicht de meest onbeschrijfbare term die er is. Dat koppel je dan aan mensen die in hun taalgebruik een deel van hun woorden eindigen met –ie: ‘da gaannie, kweenie, bakkie’, of die uitspraken gebruiken als ‘Gers, Ja toch? Niettan?’ Je merkt, eigenlijk weet ik dus niet wat dat is, een Rotterdammer. Ik hoor hier evenveel mensen “Fa’waka” of “Faka” zeggen, wat zoveel betekent als: ‘alles goed?’ Oorspronkelijk komt dit naar horen zeggen meer uit de Surinaamse cultuur. Is dat erg? “Das toch verrekkes schon!”, zou ik op daar zijn Eindhovens op willen reageren (de stad waar ik geboren ben). Ik vind het geweldig hoe de dingen hier door elkaar lopen. Mijn vriendin, die nooit zo lang op één plek kan blijven wonen, is al bang dat ik hier nooit meer weg wil. Zoals ik er nu over denk kan ze daar wel eens gelijk in hebben. Maar goed, dat zei ik toen ik twee jaar in Breda woonde ook en na vier jaar wist ik niet hoe snel ik moest vertrekken. Waar ik wel zeker van ben is dat ik houd van het grootstedelijke karakter. ‘Rotterdam is Nederlands enige echte stad’, werd hier door een van mijn collega’s wel eens geschreven. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik het daar mee eens ben.

Toch ben ik niet naïef en zie ik dat mijn gedachtengoed ook niet voor iedere Rotterdammer geldt. Dat Leefbaar de grootste werd is daar ook zo’n gevolg van. Natuurlijk gaan er dingen mis, ook in onze columns worden die regelmatig en terecht aan de kaak gesteld. Zij die de stad besturen zouden echter wat mij betreft eens het voortouw moeten nemen in het wat minder in de klaagbank zitten. Het succes van initiatieven als Gers laat zien dat veel Rotterdammers willen dat er meer met trots gekeken wordt naar onze stad. Ik wil de besturende instanties aanraden het belang hiervan niet te vergeten. Het is niet alleen een goede vorm van citymarketing. Rotterdams kracht zit in zijn (culturele) diversiteit, culturele tussen haakjes, omdat ik denk dat het tijd wordt om te stoppen met het benoemen van onze verschillen en starten met die te omarmen. Ik voel me Rotterdammer, net als iedereen die hier woont een Rotterdammer is. Ik ben in ieder geval blij en trots dat ik in twee jaar Rotterdam het omarmen door andere Rotterdammers al veelvuldig heb mogen ervaren. Het is precies daarom dat ik hier nog lang niet weg wil.

 

Rik Moonen

 

 

 

 

Reacties

stuks

,