Goeie bedoelingen

8 maart 2015
in Category: CENTRUM, WEST, ZUID
0 1438 3
Goeie bedoelingen

Goeie bedoelingen

Volgende week ga ik weer met een groep kunststudenten de wijk in. Zelf afgestudeerd als kunstenaar heb ik me op de academie vaak afgevraagd: voor wie maak ik wat ik maak en waarom is dat voor diegene interessant? Tijdens mijn studie werd die vraag vaak ondergesneeuwd door het belang van je eigen ontwikkelingsproces als ‘autonoom’ kunstenaar, je maakte iets vanuit jezelf en vanuit je atelier en je presenteerde het als het af was in een expositieruimte, een museum, op school of in een kraakpand. Vooraf had je het erover met je directe omgeving, jezelf en je docent. Daar is niks mis mee, maar dat kunnen niet de mensen zijn voor wie je het maakt. Met docenten en klasgenoten spreek je toch vaak in een andere taal. Volgende week stel ik die 26 studenten dus de vraag: maak in een week iets zoals je dat tot nu toe in je atelier doet, maar doe het dan in de Afrikaanderwijk in samenwerking met buurtbewoners. Dan wordt alles ineens anders, want ja, niemand gaat meehelpen als hij of zij niet begrijpt wat je bedoelt of als hij of zij er niets aan heeft. Dat laatste is niet alleen een vraagstuk maar ook een verplichting. Wijkprojecten beginnen altijd met goeie bedoelingen, maar hoe maak je die waar? Wat willen we bereiken? Gaat het ons om een mooi project voor de buitenwereld met onze naam erboven? Gaat het erom dat bewoners participeren? Of gaat het erom dat niet alleen bewoners participeren, maar dat je prikkels afgeeft die zij zelf kunnen omzetten in iets wat hun dagelijks leven ten goede komt?

Goeie bedoelingen, vaak maak je zeker in het begin de fout dat je anderen denkt te kunnen helpen. Wat hier fout aan is? Je gaat ervan uit dat ze geholpen moeten worden en daarmee benader je henzelf of de wijk als probleemgeval. Dat bedoel je niet zo, maar dat is mogelijk wel het resultaat. Toen ik in het derde jaar van de academie zat deed ik mee aan Project Baksteen, 136120_projectbaksteen_100810een buurtproject in een Tilburgse wijk die gesloopt werd. Vanuit drie leegstaande vervallen huizen mochten wij als jonge kunstenaars een kunstproject starten. Ik wilde graag werk maken over anderen, als het even kon mèt anderen en zo ging ik in de wijk op pad. Ik verzon een trucje om contact te maken. Ik bakte een schaal muffins en belde bij iedereen in dezelfde straat aan om te zeggen dat ik nieuw was in de wijk en dat ik jarig was. Iedereen was verrast. Sommige reageerden met het dichtgooien van de deur, maar de meeste werden spontaan vrolijk. Dat was ook waar ik op hoopte, maar na de woorden ‘bedankt’ en de vraag hoe oud ik was geworden ging de deur toch snel weer dicht. Tot bij het huis van Sandor. Sandor was een Hongaarse man en op dat moment alleen thuis. Hij sprak nog niet zo goed Nederlands, ‘Cadeautje?’ zei hij, ‘ja voor mijn verjaardag’, zei ik in de hoop hem duidelijk te maken waarvoor ik kwam. ‘Verjaardag, kom binnen alsjeblieft.’ Verrast door zijn gastvrijheid liep ik achter hem aan. Sandor was pas in Nederland en verdiende wat geld door de Metro uit de delen op het Centraal Station en daarnaast een krantenwijk te rijden. Hij had twee kinderen, waarvan de oudste in Hongarije woonde. De jongste kwam even later samen met zijn vrouw binnen. Een jongetje van 1 jaar. Sandors vrouw sprak veel beter Nederlands, zij was in Hongarije taaldocent geweest en wat meteen opviel was dat zij het gesprek overnam. Sandor leek dit ook van haar te vragen omdat hij stiltes liet vallen en haar aankeek op het moment dat hij niet uit zijn woorden kwam. Sandor was van oorsprong kok en ik vroeg hem of hij het leuk zou vinden om samen met mij voor de buurt te koken tijdens de officiële Project Baksteen-presentatie. Dat leek hem op zich wel wat, we zouden voor de buurt goulash maken. Tussendoor ben ik zo’n vier keer bij Sandor geweest, telkens was zijn vrouw veel aan het woord. De avond voor de presentatie gingen we de buurtbewoners uitnodigen; ik belde aan en zijn vrouw deed open. Ze hadden ruzie gehad en Sandor was boos weggegaan met de woorden ‘ik ga terug naar Hongarije’. Ik kreeg het vervelende gevoel dat ik deze escalatie getriggerd had. Hij was gelukkig weer teruggekomen maar het koken ging niet door en een week later sprak ik hem pas weer. Hij heeft het nooit zelf zo uitgesproken, maar het lag er volgens mij voornamelijk aan dat al mijn bezoekjes hem gewezen hadden op het feit dat hij de taal nog nauwelijks beheerste en hij daarmee ook nog eens zijn vak niet uit kon oefenen. Was dit mijn schuld geweest? Ik had de beste bedoelingen, maar er is dus een verschil tussen proberen te helpen of proberen bij te dragen. Sterker nog het kan zomaar zijn dat je iets negatiefs achterlaat omdat je zonder voldoende voorkennis en persoonlijke betrokkenheid denkt problemen te kunnen wegnemen. Werken met mensen in een wijkproject vraagt om het gedegen opbouwen van vertrouwen en het blijvend besteden van aandacht aan deze kwetsbare band. Met Sandor heb ik naderhand gelukkig nog veel contact gehad, hij heeft me zelfs nog samen met zijn zoon geholpen met het uitdelen van mijn publicatie tijdens mijn eindexamenexpositie.

Schermafbeelding 2015-03-08 om 11.05.39De Afrikaanderwijk, waar mijn project van volgende week plaatsvindt heeft als wijk echt mijn hart gestolen. Ik ken hier veel initiatiefnemers, organisaties en ondernemers die tegen een soms minimaal budget geweldige dingen doen. Deze actievelingen vormen ook een sterk netwerk. Tegelijkertijd bestaat dit netwerk ook weer uit kleinere netwerken: de grote organisaties met professionals en de kleine initiatieven in de wijk. Beiden met hart voor dezelfde zaak, maar verbonden met hun eigen soort omdat de ene groep strijdt om financieel op eigen benen te staan en de ander vast zit aan hun eigen verantwoordingsstructuur. Het mooie is dat ze elkaar toch aanvullen door andere doelgroepen te bereiken, zo bereikt Zoë van Niffo de groep jongeren die ze bij DOCK moeilijk bereiken en omgekeerd. Jammer is dat iedereen zijn energie maar een keer kan besteden en het daarom soms voorkomt dat de doelstellingen wel overeenkomen, maar dat ze geen gezamenlijk front kunnen vormen. Toch heb ik het idee dat de Afrikaanderwijk langzaam vooruit gaat als geheel. Ik heb mij daarbinnen een mooi plekje verworven, loop er praktisch dagelijks rond en heb contact met veel van de genoemde partijen. Wel is het met een groep studenten, zoals volgende week, altijd de kunst dat ik ze zo begeleid dat ze niet rondlopen in de wijk als toeristen. Zoals mijn ervaring met Sandor bewees: goeie bedoelingen vormen de basis, maar
er is meer nodig. Om ervoor te zorgen dat mijn studenten hun positieve impuls achterlaten werk ik nauw samen met de mijn netwerk in de wijk, zo zal ook dit jaar Annet van Otterloo de studenten wat vertellen over de rol van de Afrikaander Wijkcoöperatie in de wijk. Woensdag gaan we kort langs bij Niffo en ik niet vanuit mijn kantoor in de Maassilo maar koop mijn werkruimte voor de week lokaal in bij de Wijkcoöperatie. Schermafbeelding 2015-03-08 om 11.18.36

De hoeveelheid aan actieve inwoners, initiatiefnemers, vrijwilligers en organisaties in de Afrikaanderwijk is zo groot dat de zelfs gedroomde participatiesamenleving hier zou moeten kunnen werken. Hier moet je voorzichtig mee omspringen en dit vraagt dan ook om samenwerking. Durven uit te gaan van de expertise van de bewoners die hier sinds jaar en dag wonen en werken.SKVR Dichtbij Ik ben niet de enige die als buitenstaander werkt in deze wijk en ik voelde me deze week dan ook bijzonder verplicht om aanwezig te zijn bij de voorlichting te zijn van SKVR Dichtbij, een nieuw programma van de SKVR waarin wordt geprobeerd de waarde van kunst- en cultuureducatie bij die groepen in de wijk te brengen die de SKVR in hun normale programma niet bereikt. Hierin worden zij zowel door middel van kennis en netwerk als financieel gesteund door Stichting De Verre Bergen. Het is ook voor mij als ondernemer een interessante ontwikkeling omdat zij in mijn beleving net als ik zich bewust moeten zijn van het uitgangspunt dat ze wel bijdragen aan wat er al is en niet los van alle activiteit hun eigen weg varen. Daarbovenop komt het verschil dat hun budget ongetwijfeld veel groter is dan het mijne en daarmee ook de mogelijke impact. Ze hebben ook die goeie bedoelingen, dat stond in mijn ervaring van de ochtend als een paal boven water. De gedrevenheid van de organisatie staat buiten kijf, maar ik stelde me hier ook weer dezelfde vragen als die ik mijzelf op de academie moest stellen. Waar doen ze het voor? Hoe betrekken ze de wijk erbij en hoe werk je samen met het bestaande netwerk? Mij werd nog niet geheel duidelijk waar het zwaartepunt ligt in de doelstellingen: het starten van drie pilotprojecten voor de komende zomer, waar SKVR programmaleidster Marieke van Stein mee afsloot, of een ‘onderzoek naar hoe kunst en cultuur op wijkniveau bijdraagt aan een beter Rotterdam en welke invloed dat heeft op kinderen en jongeren’, zoals op de website van De Verre Bergen staat omschreven. Het streven is goed en wat mij betreft is de SKVR meer dan welkom, ik zou alleen oppassen met de vraag ‘wie doet er met ons mee’ en kijken hoe je als relatief nieuwe organisatie zelf het beste aan kunt sluiten. In de Afrikaanderwijk vind je met alle activiteit namelijk de ideale voedingsbodem voor succes. Een hele andere omgeving als Hillesluis, waar SKVR dichtbij al loopt, maar wat een wijk is met veel minder actieviteit onder de bewoners. Hier in AFRI kun je niet anders als rekening houden met en samenwerken, anders keert een deel van de wijk zich tegen je. Als het streven is mee te bouwen aan een gezamenlijk hart voor de wijk, want dat is wat ik hoop dat projectleidster Marieke bedoelde met dat de SKVR zich dienstbaar op wilde stellen, dan werk ik daar graag aan mee. Als het aan mij ligt maken we nu gelijk van de onderzoeksvraagstelling van De Verre Bergen een doelstelling, maken we om in hogeschooltermen te spreken van de hoofdvraag  ‘Hoe?’ een deelvraag en gaan we voor actie. Ja, wat mij betreft zorgen we net als de Tuinmannen van Creatief Beheer waar ik vorige week over schreef samen voor Golden Power.

 

Rik Moonen

 

Rik Moonen komt uit het Zuiden, is sinds 2,5 jaar Rotterdammer en is verliefd geworden op het leven in de stad. Is een streber en hoewel hij zelf niet zou durven zweren dat hij iedereen begrijpt, creëert hij middels trainingen en workshops ruimte voor (persoonlijk) sociaal contact in de woon- en werkomgeving, zodat mensen elkaar beter begrijpen, zich prettiger voelen en beter functioneren.

 

 

Reacties

stuks

, , , ,