“Het werk was erop of eronder: altijd moeilijk, maar vanzelfsprekend”

1 juni 2014
in Category: CENTRUM, NOORD, WEST
0 4543 0
“Het werk was erop of eronder: altijd moeilijk, maar vanzelfsprekend”

“Het werk was erop of eronder: altijd moeilijk, maar vanzelfsprekend”

Interview met modeontwerper en ondernemer Louis Dijksman

Louis Dijksman (69) groeide op tussen de zijden en wollen stoffen. Als zoon van marktlieden verstopte hij zich vaak tussen het textiel als hij honkballend met een knuppel, een sinaasappel door de ruiten had geslagen. Het leven van het gezin veranderde op slag toen zijn vader een aantal vingers verloor bij het vuurwerk afsteken. Op de markt staan werd verleden tijd; de familie Dijksman kwam in dienst van het familiebedrijf ‘Gebr. Coster – Voor Vader en Zoon’, een winkelketen en groothandel in textiel. “Daar leerde ik loyaliteit en presteren: doe waar je goed in bent en doe het goed. Het bedrijf gaf me zekerheid, maar het voelde als een harnas waarin ik niet vrij kon bewegen. Toen mijn vrouw zei dat ze nauwelijks geschikte kleding voor onze dochters kon vinden, adviseerde mijn vader mij een zaak in kinderkleding te beginnen.” Louis Dijksman, modeontwerper en oprichter van de befaamde modezaak Prague, ondervond aan den lijve de risico’s van het ondernemerschap. “Het was erop of eronder; altijd moeilijk, maar ik kon niet anders.”

Tekst: Eva Visscher & pentekening: Monique van den Berg

Louis woonde met zijn broer en ouders in een etagewoning aan de Van Cittersstraat. Zijn ouders stonden dagelijks op de markt met Dijksman Zijden en Wollen Stoffen. “Ik groeide op in het Oude Westen, maar mijn broertje en ik werden vaak ondergebracht bij onze oma, de moeder van mijn vader. Zij woonde aan de Rottekadehof in het Oude Noorden, een bijzonder arme buurt. Je moest letterlijk knokken om jezelf staande te houden. Ik herinner me nog dat ik op bezoek was bij mijn oma en huilend haar begroette. Felix, de leader van de buurt, had me in elkaar geslagen. Mijn oma gaf me vervolgens een stuk hout en stuurde me terug. Daarmee heb ik hem op zijn kop geslagen. Het was niets voor mij, maar het hielp. Ik werd geaccepteerd.”

Kattenkwaad

“Thuis was een opslagplaats, waar ik me regelmatig verstopte als ik kattenkwaad had uitgehaald. Ik zie mijn vader nog aankomen met die wollen stoffen over zijn arm en een meetlat in zijn hand. Met die lat kreeg ik een pak rammel als hij zag dat de ramen weer aan diggelen lagen. Hij kon razend worden, maar het was ook snel weer over. Mijn moeder, tactvol en zachtaardig, wist zijn temperament merendeels af te remmen. Zij bedekte alles met de mantel der liefde.”

“Steek vuurwerk aan ter ere van ons zusje…”

Gebr. Coster – Voor Vader en Zoon

“Mijn broer en ik waren tieners toen mijn moeder weer zwanger werd. Ze beviel op 28 december van een dochter en lag in het ziekenhuis op het moment dat we mijn vader opporden: steek vuurwerk aan ter ere van ‘ons zusje’! Na enig verzet besloot hij om een donderbus aan te steken. Een tijdje later lag hij zelf in het ziekenhuis. Het vuurwerk was in zijn hand ontploft, waardoor hij een aantal vingers had verloren. Op de markt staan kon niet meer. De broers van mijn moeder vroegen daarom of we in hun familiebedrijf kwamen werken. Van jongs af aan hielp ik mee. Loyaliteit is erg belangrijk in een familiebedrijf, én hard werken. Ik ben daar ambitieus van geworden.”

Eigen koers varen

“Mijn eerste onderneming heette Oblio en is vernoemd naar de fabel van de Amerikaanse songwriter Harry Nilsson, een zaak in kinderkleding. Ik wilde namelijk weg uit het familiebedrijf en zelf doen en laten wat ik wilde. Rotterdam had al twee befaamde zaken: Wiers Kindermode en Bambolino. Zij hadden een monopolie. Hun leveranciers wilden niet met me samenwerken. In Parijs zijn mijn moeder, vrouw en ik toen alle stands af gegaan op zoek naar iets verrassend anders, zoals spijkerbroekjes en t-shirtjes. Casual streetwear die volwassenen toentertijd ook droegen. Dat was toen baanbrekend omdat destijds kinderen veelal in tuttige Laura Ashley-achtige kleding liepen. Ons alternatief bleek een schot in de roos.”

“Mijn dochter vroeg om een ijsje. Ik moest weigeren”

Alles en niets

“Ik besloot naast onze zaak aan het Zuidplein er ook een te openen aan de Coolsingel. Dit was achteraf gezien een foute beslissing, want kort daarop startte de gemeente met de aanleg van de metrolijn. Rond mijn winkel ontstond één grote zandbak met enkel een loopplank van de Bijenkorf naar C&A. In mijn winkel kwam niemand meer. Sowieso was een tweede zaak niet handig, want ik pendelde steeds van de ene naar de andere zaak. De klanten op Zuid zagen me nauwelijks meer, en de klanten in het Centrum kenden me niet. In 1981 heb ik alles moeten sluiten. Daar stond ik dan, zonder een cent, én een gezin. Ik moest alles verkopen, ook mijn huis. We kregen een huurhuis en werden ondersteund door de overheid. Daar word je goed nederig van. Ik herinner me nog dat ik op het strand liep met mijn vrouw en kinderen. De jongste dochter vroeg om een ijsje. Ik moest weigeren”

Ambitieuze student

“Het was nog in de tijd van Oblio. In mijn winkel hing kleding van grote namen als Cacharel en Jean Paul Gaultier. André, een student van de Willem de Kooning Academie, stond op een gegeven moment met zijn eindexamenwerk voor mijn neus. Ik vond de stijl van zijn kleding mooi, authentiek, waardevol en gewaagd. Hij had het lef een eigen stijl neer te zetten en borduurde niet voort op grote merken. Ik gaf hem een kans en hing het tussen mijn collectie.”

Prague by Louis Dijksman

Op het moment dat ik werkloos raakte, was het economisch tij zoals nu: zelfs voor de functie van pompbediende kwam ik niet in aanmerking. Na een jaar kon ik eindelijk aan de slag. Ik zette voor een investeerder een winkelketen op en begon daarnaast een groothandel. Daarmee maakte ik een vliegende start door de productie van leren pilotjacks te introduceren, internationaal een groot succes. Het bedrijf groeide, maar de manier waarop het zich ontwikkelde stond me niet aan. Van de één op de andere dag nam ik ontslag en zei tegen de Sociale Dienst: ‘Ik wil voor mezelf beginnen, maar heb jullie hulp daarbij nodig’. Met de groothandel had ik een imago opgebouwd. Toen ik naar de leerleveranciers ging en vertelde van mijn nieuwe start zeiden ze: ‘Je hebt veel voor ons betekend, daarom krijg je nu een maand leer op krediet van ons.’ En de producent zei idem dito. Toen kwam André weer in beeld en we besloten gezamenlijk een eigenzinnige modelijn te ontwikkelen: Prague by Louis Dijksman. Ik introduceerde de ontwerpen op de markt en deze werden lovend ontvangen. Op mijn netvlies staat nog de onderhandeling met onze eerste opdrachtgever. Hij wilde niet op voorhand betalen. Ik zei: ‘Geen probleem, we zorgen voor de bestelling en als we deze aan je overhandigen, betaal jij me cash.’ Zo heb ik maand op maand gewerkt en nooit een banklening nodig gehad.”

“L’art pour l’art – ik verkocht mode als zijnde een vorm van kunst”

Altijd op het randje

“Rotterdam heb ik nooit als mijn kader gezien. Ik dacht altijd: de stad en het land volgen míj wel. L’art pour l’art – soms raak, een andere keer sla je de plank compleet mis. Ik beschouw mode als vorm van kunst. Met Prague draaide ik nauwelijks winst. Het was altijd on the edge, maar geweldig om te doen. Ik liep de weg alleen, of eigenlijk samen met mijn vrouw. Zij was mijn steun en toeverlaat. We gingen het avontuur als vanzelfsprekend aan, omdat we niet anders konden.”

Van verhullen naar onthullen

“Mensen kleden zich om te verhullen, maar ik wilde graag dat ze zich daarmee onthulden. Ik ontdekte dat veel mensen zich anders kleden dan ze zijn, waardoor ze zichzelf beperkten. Ik maakte dat op uit een opmerking of fysieke taal. Probeerde ze vervolgens wel dingen aan te reiken: probeer dit of dat eens. Aan deze werkwijze heb ik een trouwe klantenkring overgehouden. Helaas weken veel potentiële klanten uit naar Antwerpen als ze de tijd hadden. Het aanbod is daar vele malen groter, de stad is leuker en het eten lekkerder. Het is voor de boetieks in Rotterdam niet eenvoudig. De stad is arm en de rijken zijn niet erg loyaal met de lokale middenstand. Ik besloot daarom in Antwerpen ook een modehuis te beginnen. Een pand met veel historische details en op een fantastische plek vlakbij het modepaleis van topontwerper Dries van Noten.”

Sterven met een glimlach

“Tien jaar geleden overleed mijn vrouw. Een paar jaar later heb ik mijn winkels verkocht. Ik heb een deel van het geld gestoken in het e-magazine Ashes, waar ik blogs voor schrijf over zaken die me op dit moment bezighouden, zoals leven en dood, de snelle technologische ontwikkelingen en de mogelijkheden die daaruit voortvloeien. Veel foto’s zijn van mijn hand. Toch blijf ik onrustig. Het huis waar ik nu nog steeds woon heeft teveel herinneringen aan vroeger. En de meubels ben ik inmiddels ontgroeid. Ik wil me ergens anders vestigen, maar weet alleen nog niet waar. Ik kan naar de Riviera of de Costa Brava en daar gaan jeu-de-boulen, maar dat past niet bij mij. Misschien ga ik naar Israël… Het enige wat ik nu zeker weet, is dat ik hier weg wil, dat ik nog een hoop wil doen en me wil ontwikkelen in de ruimste zin van het woord. En dat ik wil sterven met een glimlach om mijn mond”.

Bio: Louis Dijksman
Louis DijksmanLouis Dijksman volgde de opleiding tot modeontwerper en -maker aan de Hogere Textiel School Tilburg, Vanaf begin jaren ‘80 ontwikkelde hij een eigen modelijn, ‘Prague’ geheten. Zijn ondernemerschap resulteerde in twee avant-garde modewinkels in Rotterdam en Antwerpen: Prague by Louis Dijksman.
De collecties die hij aanbood waren toentertijd baanbrekend, en nog steeds, zoals van Carol Christian Poell, Martin Margiela, Junya Watanabe, Yohji Yamamoto, Comme des Garçons, Raf Simons, Ann Demeulenmeester en Dries van Noten. Dijksman richtte zich tevens op jonge ontwerpers zoals Haider Ackermann, Bruno Pieters, Julius en last but not least Mia Andrésen uit het Zweedse Kiruna.

Meer informatie:
Ashes – e-zine created by Louis Dijksman
Schrijf ‘t op & Droomplaats

Reacties

stuks

, , , , ,