Vakmannen in hart en nieren

11 maart 2014
in Category: CENTRUM, OOST
0 3043 2
Vakmannen in hart en nieren

Vakmannen in hart en nieren

Beeldhouwers Robbert Jan en Gregoir Donker

Op de kop van de Veerhaven staan vijf bronzen borstbeelden. Vijf prominente Rotterdammers die in de vorige eeuw aan de ‘sjieke’ Parklaan woonden en de Veerhaven was een jachthaven voor havenbaronnen. De bronzen koppen zijn van Jamin (van de snoepwinkel red.), Van Hoboken, Van Beuningen, Mees en Van Rijckevorsel. Rotterdamse doorzetters die van grote betekenis geweest zijn voor de stad: als reder, bankier, geleerde, weldoener of industrieel. Beeldhouwer Robbert Jan Donker kreeg in 2011 de opdracht om de beelden te vervaardigen. Ieder beeld toont een echt mens. De beeldhouwer heeft zich verdiept in het karakter en dit tot in detail uitgewerkt. Robbert Jan (1943) is dan ook een vakman in hart en nieren.

Redactie: Eva Visscher (tekst), Monique van den Berg (beeld)

Robbert-Jan Donker werkt nog dagelijks in zijn kleine atelier nabij het Oostplein, hoewel hij grote opdrachten doorschuift naar zijn eveneens getalenteerde zoon Gregoir. Hij werd geboren in 1943 in Amsterdam, verhuisde op achtjarige leeftijd naar Rotterdam en studeerde van 1960 tot 1965 beeldhouwkunst aan de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen. “Na de academie stond ik op straat met lege handen. Op de academie kreeg ik veel theorie, maar beeldhouwer word je pas door zelf te verdiepen in materialen en technieken. Ik moest dus van vooraf aan beginnen en hoe ik er mijn geld mee zou verdienen bleef nog lange tijd in het ongewisse. Een onzekere tijd.”

Holland Pop Festival
Het keerpunt kwam in de regenachtige zomer van 1970. In het Kralingse Bos vond het “festival pop” plaats met drie dagen optredens van (latere) bekenden als Pink Floyd, Santana en The Byrds. Het was een soort Woodstockfestival en vormde de start van het Nederlandse gedoogbeleid ten aanzien van marihuana. Robbert Jan moest er eigenlijk niets van hebben. Een andere muzieksmaak. Hij was daarom bezig in zijn atelier terwijl bezoekers van het festival langsliepen, waaronder de directeur van het gerenommeerde bankiershuis Mees & Hope. “Hij hielp me aan een eerste serieuze opdracht, waar ik veel van heb geleerd.” Het festival bracht ook verandering in zijn privéleven, want hij trof er een charmante Française, met wie hij inmiddels 44 jaar samen is. Robbert Jan zit verankerd achter zijn werktafel, vol met beeldjes, resten materiaal en wat foto’s. Hij draait een volgende sigaret en vervolgt zijn verhaal:

Wet inkomensvoorziening kunstenaar (WIK)
“Mijn vrouw – we trouwden in 1972 –  wilde ik meer bieden dan dat hapsnap gedoe. Door gebruik te maken van de Wet inkomensvoorziening kunstenaar (WIK) – regeling kreeg ik een aanvulling op mijn basisinkomen. Eigenlijk helemaal niet bevredigend, omdat ik werk moest maken dat aan allerlei eisen moest voldoen waar ik zelf niet achter stond en in feite voor niemand was bestemd. Maar we konden van de opbrengsten voor langere tijd in Frankrijk leven. Mijn vrouw komt uit Bourgondië. Leven daar kost een stuk minder. We hebben er voor weinig geld een huis gekocht met een (moes)tuin. Ik kon in rust verder werken zonder financiële zorgen, tot de subsidieregeling werd afgeschaft. Op dat moment kreeg ik een belletje: of we in een café in Rotterdam wilden komen werken. Zo geschiedde.”

“Het beeldhouwen als vak zou ik niemand willen aanraden”

Uitbreiding klantenkring
“In 1991 vroeg een mecenas of ik een beeldententoonstelling wilde maken voor galerie Aelbrecht in Kralingen. Dat heb ik tot twee maal toe gedaan. Zij verdienden er geld mee, maar ik hield er een enorme schuld aan over, want de materiaalkosten waren voor eigen rekening. Gelukkig ook een hoop nieuwe klanten, die kopieën wilden van één of meerdere beelden die ik voor de expositie had gemaakt. De schuld kon ik daardoor snel afbetalen en de klanten bleven komen. De exposities hebben me uiteindelijk vaste voet aan de grond gegeven. Ik mag in mijn handen wrijven. Een groot deel van mijn leven heb ik van mijn beeldhouwwerk ons gezin met drie kinderen kunnen onderhouden. Toch zou ik het niemand aanraden, alleen als je niet anders kunt. Op het gymnasium kreeg ik van mijn wiskundedocent een -2. Daar was ik best trots op, want zo’n cijfer had nog nooit iemand gehad. De tekendocent gaf me een 10 en zei: jij hoort hier niet thuis, ga naar de kunstacademie. Ik heb het gymnasium ook niet afgemaakt. Ik kon dus niet anders.”

“Ik heb een haat-liefde verhouding met Rotterdam, want voel me een rasechte Amsterdammer. We verhuisden toen ik acht jaar was, een traumatische ervaring. Van een veilig sociaal milieu kwam ik in een omgeving waar ik niet werd geaccepteerd. Ik houd niet van verandering. Daarom woon ik hier, in Kralingen, al 65 jaar. Mijn vleugels uitslaan, zoals mijn zoon Gregoir wil doen, is niet aan mij besteed”.

Collage vakmannen

Gregoir (links) en Robbert Jan (rechts) in hun atelier nabij het Oostplein.

Zo vader, zo zoon
Gregoir is net als zijn vader een bevlogen beeldhouwer die ‘niet anders kan tegen wil en dank’. Hij stroomt over van ambitie en is nog niet gebonden. De wijde wereld lokt. Deze week gaat hij kennismaken met een galerie in Londen en eind dit jaar houdt hij een expositie in Frankrijk. Rotterdam is voor hem te klein. Een van zijn grote werken is een tijger. Hij werkt daar langere tijd aan, evenals een nijlpaard. Hiervoor hakt hij gesteente uit een groeve in Frankrijk en werkt stapsgewijs naar een ideaalbeeld. Om deze levenswerken te bekostigen maakt Gregoir werk in productie ofwel kopieën van bestaand werk. Ook zijn levenswerk zal veel aftrek vinden, dat weet hij zeker.

“Inspiratie vind ik tussen de stoeptegels”

Waarnemen is het belangrijkst
Gregoir: “Ik haal net als mijn vader inspiratie uit de natuur. Daarvoor hoef je maar naar buiten te kijken. Zelfs tussen de stoeptegels zit natuur. Waarnemen met al je zintuigen is het belangrijkst. Ik werk anders dan mijn vader. Hij maakt wat hij ziet. Ik ga een stap verder en kijk hoe ik een beeld kan perfectioneren en verfraaien. Inmiddels put ik uit een uitgebreid archief met fotomateriaal en documentaires. Want net als mijn vader heb ik voor een beeld meer informatie nodig over een dier of mens. Wat doet een vos, hoe kijkt hij en waarom? Wat is zijn wezen?”

Luxe positie
“Beeldhouwen is me met de paplepel ingegoten. Als ik me verveelde kreeg ik van pa een stuk was – ga daar maar iets van maken. Ik wil niets anders dan beeldhouwen, maar als ik een gezin moest onderhouden dan was ik misschien wel docent geworden. Het atelier is geen gezonde werkplek met al die wasdampen en stof. Pensioenopbouw of winst uit eigen werk is er nauwelijks bij. Ik geloof dat ik niet meer dan vijf euro per uur verdien als ik bedenk hoeveel tijd ik in mijn werk investeer. Toch heb ik mijn bijbaan bij het Havenbedrijf uiteindelijk stopgezet en leef ik nu enkel nog van mijn werk als beeldhouwer. Pa verwijst zijn klanten aan mij door. Ik kan van de opbrengsten mijn huur betalen en als het meezit iets extra’s.  Het leven dat ik nu leid ervaar ik als luxe”.

Meer informatie

 

 

Reacties

stuks

, , ,

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *